Badinage Vrolijke, scherzo-achtige compositie.
Bagatelle Klein muziekwerkje
Ballade In de middeleeuwen een verhalend danslied, later een instrumentaal muziekstuk in romantische stijl
Ballet Virtuoze dansvorm
Ballon Het zweefvermogen van een danser
Barcarolle Gondellied uit Venetië
Barre Houten stok langs de muur van de balletstudio. Wordt door dansers gebruikt om hun evenwicht te bewaren tijdens hun oefeningen.
Bariton Middelste mannenstem.
Barokpizzicato Sterk pizzicato door de snaar weg te trekken
   
Bas Laagste mannenstem, waarbij de combinatie van laagte en donker timbre van belang is
Basmotief Een motief dat laag gespeeld wordt
Basso continuo Continue doorlopende bas als fundament voor de compositie
Basso ostinato Steeds herhaalde figuur in de bas
Baton Dun stokje waarmee de dirigent het orkest leidt.
Battaglia Strijdmuziek
Battements frappès Een oefening aan de barre, waarbij de voet eerst gebogen wordt en dan tegen de vloer slaat, zoals een lucifer wordt afgestreken.
Battements tendus Een oefening aan de barre waarbij de voet gestrekt in een punt over de vloer glijdt.
Batterie Passen waarbij de benen tegen elkaar slaan, zoals de entrechat. Er is een petite batterie (klein) en een grande batterie (groot).
Beat (Drum)slag. de steeds herhaalde slag in de jazz- en popmuziek
Begeleiding Begeleidingspartijen ondersteunen de melodiepartij. Veel gebruikte begeleidingsinstrumenten zijn de piano en de gitaar.
Bel canto

(Italiaans voor schone, mooie zang) Italiaanse zangkunst tussen de 17e en de 19e eeuw waarbij de klank zo natuurlijk en regelmatig mogelijk overgebracht moest worden. Het ging alleen om de schoonheid van de klank. De solozanger kreeg een belangrijke plaats in de voorstelling omdat de componist hem de ruimte gaf voor een virtuoze versiering van de melodie.

Bemol Vroegere benaming voor de mol, een teken dat aangeeft dat de toon met een halve toon verlaagd moet worden. Wordt aangeduid met een soort van b
Benedictus Deel van de gezongen mis
Benesh-notatie Systeem om danspassen te noteren, uitgevonden door Joan en Rudolf Benesh in 1955.
Berceuse Wiegelied.
Bergamaque Oude Italiaanse dans uit de streek van Bergamo. Zeer snel van tempo.
Bewerking Arrangement van een bestaand stuk
Bezetting De soort en het aantal instrumenten en zangstemmen waarmee een muziekstuk wordt uitgevoerd.
Bicinium Tweestemmige a capella compositie
Bigband middelgrote orkestsamenstelling
Binair Tweeledig. Meestal gebruikt als aanduiding van een tweedelige maatsoort
Bithematiek Muziekstuk dat twee thema's bevat, bijvoorbeeld het eerste deel van een sonate.
Bitonaal Muziek die zich gelijktijdig in twee verschillende toonsoorten beweegt, het gelijktijdig gebruiken van twee toonsoorten die meestal een half octaaf uit elkaar liggen.
Blaasinstrumenten Alle instrumenten waarmee de klank via lucht wordt voorgebracht.
Blaaskwintet Een ensemble dat bestaat uit dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot en hoorn
Blue note Te laag geintoneerde toon, meestal de terts
   
Blues Muziekstijl die wordt gekenmerkt door een vermenging van Afrikaanse en Europese toonladders, vermengd met verlaagde tertsen en septimen
Bluesschema Akkoordenschema dat bestaat uit twaalf maten.
Bolero Spaanse dans in driedelige maat, oorspronkelijk met begeleiding van zang en castagnetten
Boog

Gebruikt voor een gebogen lijn die twee of meer noten van dezelfde hoogte met elkaar verbindt, wat aangeeft dat de noten als één doorlopende noot moeten worden gespeeld.

Andere benaming voor de strijkstok, het hulpmiddel waarmee muzikanten een strijkinstrument bespelen.

Boogie-woogie Improviserende pianostijl met steeds herhaalde figuren in de linker hand en contrasterende ritmen in de melodieën van de rechter hand, meestal in een bluesschema van twaalf maten.
Bourrée Oude, Franse boerendans in een snel tempo
Boring Het verloop van de doorsnede van de buis
Borstwerk Orgelterm. Het orgel wordt ingedeeld in het hoofdwerk, bovenwerk, borstwerk en rugwerk. Het hoofdwerk is het eigenlijke orgelgedeelte. Het borstwerk is het gedeelte onder en boven de klaviatuur
Bourdon De diepste klok van een carillon. Term wordt ook gebruikt voor de aanhoudende toon van niet-bespeelde snaren die bij strijk- of tokkelinstrumenten meeklinken.
Bourrée Snelle reidans in een tweedelige maatsoort, oorspronkelijk uit de Auvergne
   
Bovenlabium Onderdeel van het orgel. Is het gedeelte van de luchtpijp, boven de spleetopening.
Bovenstem De hoogste stem in een meerstemmig stuk.
Boventonen Zwakkere tonen, hoger dan de grondtoon, die zo de toon vormen. Ook wel aangeduid als aliquoten
Bovenwerk Orgelterm. Het orgel wordt ingedeeld in het hoofdwerk, bovenwerk, borstwerk en rugwerk. Het hoofdwerk is het eigenlijke orgelgedeelte. Het bovenwerk zijn pijpen die boven het hoofdwerk staan.
BPM Braziliaanse Pop Muziek
   
Branle Oude dans uit de 16de en 17de eeuw, al dan niet met zang
Break Onderbreking, waarbij alleen de solist doorspeelt, en meer kans heeft zich te laten horen
Breeknoot Noot die op een tegentijd valt
   
Brevier liturgisch boek waarin alle teksten voor getijden van het kerkelijke officie gebundeld zijn
Brevis Gregoriaanse naamaanduiding voor een korte noot in de tijd van de middeleeuwen
Bridge Onderdeel van een popsong. Doorbreekt de afwisseling van refrein, couplet, refrein,...
   
Burleske Muziek met een komisch karakter